16/03/2026 | Leestijd 4 minuten

Beleving of gemak? Zo verandert de winkelstraat

De winkelstraat is volop in beweging. Minder winkels, maar duidelijkere keuzes. Klanten worden kritischer en weten beter waar ze voor komen. De ene keer maken ze er een dagje uit van in de stad, de andere keer moet het vooral snel en makkelijk. Dat verschil zie je steeds sterker terug.

Beleving of gemak? Zo verandert de winkelstraat

Uit het zogenoemde koopstromenonderzoek Randstad, uitgevoerd in onder andere Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht blijkt dat winkelgebieden zich steeds duidelijker in twee richtingen ontwikkelen. Grote binnensteden trekken bezoekers die komen voor sfeer en beleving, terwijl wijkcentra juist populair zijn voor het snelle, praktische bezoek.

De stad als dagje uit
Terwijl de grote binnensteden van de Randstad hun positie als dominante trekpleister hebben heroverd, staan veel middelgrote centra voor een forse uitdaging. In de grote stad draait het steeds minder alleen om winkelen. Het is een plek geworden waar mensen naartoe gaan om iets te beleven. Even rondlopen, inspiratie opdoen, ergens koffie drinken of lunchen. Winkels maken daar deel van uit, maar zijn niet meer het enige doel. De omgeving, de sfeer en het totale aanbod bepalen hoe aantrekkelijk een plek is. Dat merk je ook op de winkelvloer. Klanten nemen vaker de tijd, kijken rond en staan meer open voor ideeën. Het bezoek voelt minder gehaast en meer als een uitje.

De wijk voor een snelle boodschap
In wijk- en buurtcentra ligt de nadruk juist op gemak. Even snel iets halen, dicht bij huis en zonder gedoe. Dat type bezoek is doelgericht en efficiënt. Klanten weten vaak al wat ze nodig hebben en willen snel weer door.
Dat betekent dat winkels op deze plekken vooral sterk zijn als ze duidelijk, overzichtelijk en praktisch zijn ingericht. Ook horeca speelt hier een andere rol, met meer vraag naar snelle en makkelijke producten voor onderweg of tussendoor.

Minder winkels, andere invulling
Het aantal winkels neemt af en het winkeloppervlak krimpt, een trend die we al langer zien en na corona in een stroomversnelling is geraakt. Dat betekent niet dat winkelgebieden verdwijnen, maar wel dat ze anders worden ingericht. Er ontstaat meer ruimte voor functies die het verblijf aangenamer maken, zoals horeca, groen en plekken om even te zitten. De plek zelf wordt daarmee minstens zo belangrijk als de winkels die er zitten. Mensen blijven langer op plekken waar het prettig is om te zijn en komen daar ook sneller terug.

Kansen voor woonwinkels en gemakshoreca
De modebranche heeft geduchte concurrentie van webshops. Uit het onderzoek blijkt dat winkels de woon- en tuinbranche, die gericht zijn op 'doelgerichte aankopen', juist harder groeien dan online.  Bij grotere aankopen willen klanten nog altijd graag zien, voelen en vergelijken. Daarvoor blijft de fysieke winkel belangrijk. Zeker in gebieden waar mensen de tijd nemen, kan dat goed werken.

Ook in de horeca verschuift het een en ander. Grote, uitgebreide concepten groeien minder hard, terwijl kleinere, snelle formules juist aan populariteit winnen. Denk aan koffie, lunch of iets makkelijks voor onderweg.